Essentie (redactie)
Art. 1:253a BW: vervangende toestemming voor alle vakanties van moeder met kinderen binnen Europa tiijdens schoolvakanties in de 24 maanden na datum beschikking, voor zover het verblijf gedurende deze vakanties korter duurt dan 4 weken en mits moeder de adresgegevens met vader deelt van de accommodatie(s) waar zij dan willen verblijven. Dit vermindert het risico op steeds terugkerende strijd tussen de ouders. Verzoek vervangende toestemming voldoende concreet.
Datum publicatie | 04-03-2025 |
Zaaknummer | C/01/411737 / FA RK 25-13 C/01/411737 / FA RK 25-13 |
Procedure | Eerste aanleg - enkelvoudig |
Zittingsplaats | 's-Hertogenbosch |
Rechtsgebieden | Civiel recht; Personen- en familierecht |
Trefwoorden | Kinderen; Geschil over vakantie buitenland; Jeugdbescherming / Jeugdwet |
Wetsverwijzingen |
Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl
Artikel 1:253a BW: vervangende toestemming voor alle vakanties van de moeder met de kinderen van partijen binnen Europa gedurende de schoolvakanties van de kinderen in de vierentwintig maanden na de datum van deze beschikking, voor zover het verblijf gedurende deze vakanties korter duurt dan vier weken en onder de voorwaarde dat de moeder met de vader de adresgegevens deelt van de accommodatie(s) waar zij tijdens die vakanties met de kinderen wil verblijven. Vermindert het risico op steeds terugkerende strijd tussen de ouders over de praktische uitvoering van het geven van toestemming. Verzoek vervangende toestemming voldoende concreet.Volledige uitspraak
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummers : C/01/411737 / FA RK 25-132
C/01/411739 / FA RK 25-133
Uitspraak : 27 februari 2025
Beschikking over vervangende toestemming voor vakantie in de zaak van
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. P.A.M. Verkuijlen,
tegen
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vader.
over de minderjarigen:
-
[naam minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ;
-
[naam minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum] , hierna te noemen: [minderjarige 2] .
De rechtbank merkt aan als informant:
de STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, statutair gevestigd te Eindhoven, locatie Helmond, hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (GI).
In het kader van zijn wettelijke taak is in de procedure betrokken:
de RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, locatie Eindhoven, hierna te noemen: de raad.
1De procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen van de moeder, ontvangen bij de griffie op 10 januari 2025;
De moeder heeft een regulier verzoek gedaan en een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in de zin van artikel 223 van het Wetboek van burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Het reguliere verzoek is geregistreerd onder zaaknummer 411737 / FA RK 25-132 en zal hierna ook wel worden aangeduid als de bodemprocedure. Het verzoek in de zin van artikel 223 Rv is geregistreerd onder zaaknummer 411739 / FA RK 25-133 en zal hierna ook wel worden aangeduide als de voorlopige voorziening.
De zaken zijn samen mondeling behandeld op 13 februari 2025. Verschenen zijn de moeder met mr. Verkuijlen, de vader, [vertegenwoordigster GI] namens de GI, [vertegenwoordigster raad] namens de raad en [piketmediator] , piketmediator. Tevens was namens de raad mevrouw [naam] als toehoorder aanwezig.
De griffier heeft de minderjarige [minderjarige 1] in de gelegenheid gesteld om zijn mening omtrent het verzoek aan de rechter kenbaar te maken. [minderjarige 1] heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
2De feiten
De moeder en de vader hebben een affectieve relatie met elkaar gehad en hebben met elkaar samengewoond. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn tijdens die relatie geboren. De vader heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] erkend. Het gezag over de kinderen berust bij de ouders.
De relatie van de ouders is in 2016 geëindigd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hun hoofdverblijfplaats bij de moeder.
Bij beschikking van deze rechtbank van 22 augustus 2017 is, voor zover hier van belang een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: zorgregeling) vastgesteld. Die regeling is bij beschikking van 5 april 2019 gewijzigd.
Bij beschikking van de kinderrechter van 31 augustus 2023 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van een jaar. Die maatregel is daarna verlengd bij beschikking van 1 augustus 2024 tot 31 augustus 2025.
Bij de beschikking van 1 augustus 2024 heeft de kinderrechter ook de zorgregeling gewijzigd en bepaald dat de GI voor de duur van de ondertoezichtstelling de regie heeft over de zorgregeling. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben in het kader van de zorgregeling contact met de vader bij de vader thuis maar overnachten op dit moment niet bij hem.
3Het verzoek
De moeder verzoekt, in de bodemprocedure en in de voorlopige voorziening, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, aan de moeder vervangende toestemming te geven voor de vakantie van haar met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de voorjaarsvakantie van 1 tot en met 8 maart 2025 naar Fuerteventura (Canarische Eilanden).
In de bodemprocedure verzoekt de moeder daarnaast, na wijziging van haar verzoek bij de mondelinge behandeling, om haar vervangende toestemming te geven voor alle vakanties van haar met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] binnen Europa in de vierentwintig maanden na de datum van de hier gevraagde beschikking, voor zover het verblijf gedurende deze vakanties korter duurt dan vier weken en onder de voorwaarde dat de moeder met de vader de adresgegevens deelt van de accommodatie(s) waar zij tijdens die vakanties met de kinderen wil verblijven.
De rechtbank zal, voor zover nodig, onder de beoordeling ingaan op wat de moeder aan haar verzoeken ten grondslag legt, op het verweer van de vader, op het standpunt van de raad en op de informatie die de GI tijdens de mondelinge behandeling heeft gegeven.
4De beoordeling
Zaaknummer 411739 / FA RK 25-133 (de voorlopige voorziening)Bij de mondelinge behandeling heeft de moeder haar verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingetrokken, omdat de vader tijdens de mondelinge behandeling het toestemmingsformulier alsnog heeft ondertekend. Dit betekent dat dit verzoek niet verder hoeft te worden beoordeeld. De rechtbank zal dit verzoek hierna bij de beslissing afwijzen.
Zaaknummer 411737 / FA RK 25-132 (de bodemprocedure)
Geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag kunnen op verzoek van de ouders of van één van hen aan de rechtbank worden voorgelegd (artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek) . De vraag die de moeder aan de rechtbank voorlegt over de vakanties met de kinderen. De rechtbank neemt een beslissing die haar in het belang van het kind het meest wenselijk voorkomt.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vader alsnog het door de moeder ingevulde toestemmingsformulier voor de vakantie met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar Fuerteventura, Canarische Eilanden van 1 tot en met 8 maart 2025 dat zij als productie 15 bij het verzoekschrift heeft overgelegd ondertekend. Daarbij heeft de vader een kopie van zijn paspoort aan de moeder gegeven.
Nu de vader alsnog toestemming heeft gegeven voor deze vakantie van 1 tot en met 8 maart, heeft de moeder geen belang meer bij het deel van haar verzoek dat betrekking heeft op vervangende toestemming voor die vakantie. Daarom zal de rechtbank dat deel van het verzoek van de moeder hierna bij de beslissing afwijzen.
De rechtbank moet dan nog een beslissing nemen op het gewijzigde verzoek van de moeder dat betrekking heeft op vervangende toestemming voor de vakanties van haar met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de komende vierentwintig maanden.
De rechtbank is van oordeel dat het in het belang is van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat hiervoor aan de moeder vervangende toestemming wordt verleend. Hierna legt de rechtbank uit waarom zij dat vindt.
De rechtbank stelt voorop dat ouders in principe de mogelijkheid moeten hebben om met hun kinderen met vakantie te gaan. Tijd met elkaar doorbrengen op een andere plak dan thuis en zonder de bezigheden en verplichtingen die thuis gelden, is van belang om de onderlinge band met elkaar te verstevigen. Dat geldt ook voor de moeder die het grootste aandeel heeft in de verzorging en opvoeding van de kinderen. Overigens wordt dit door de vader niet betwist; hij vindt dat de kinderen met hun moeder op vakantie moeten kunnen gaan.
Een verzoek om vervangende toestemming kan worden geweigerd als er omstandigheden zijn die maken dat zo’n vakantie mogelijk niet in het belang is van het kind, bijvoorbeeld als een ouder van plan is met een kind te reizen naar een plek waarvan bekend is dat deze niet veilig is. Dat de voorgenomen vakanties van de moeder mogelijk in strijd zijn met de belangen van de kinderen is niet gebleken. De vader heeft niet gezegd dat hij zich daar zorgen over maakt. Sterker nog, de vader heeft in de WhatsApp-conversaties en ook bij de mondelinge behandeling gezegd dat hij de kinderen de vakanties met de moeder gunt. Hij heeft ook gezegd dat hij best toestemming wil geven voor vakanties van de moeder met de kinderen binnen Europa in de komende twee jaar. Ook de GI ziet geen zorgen als de moeder met de kinderen met vakantie zou gaan binnen Europa, binnen de schoolvakanties en voor een periode van maximaal vier weken.
Waar het misloopt is als de toestemming die de vader wel wil geven, praktisch moet worden geregeld. Er ontstaat dan discussie en strijd tussen de ouders over het tekenen van het toestemmingsformulier met als resultaat dat de vader niet tekent en de moeder naar de rechtbank moet voor vervangende toestemming. Dat is niet in het belang van de kinderen.
De vader wil weten waar de moeder met de kinderen verblijft gedurende haar voorgenomen vakanties. De moeder heeft de rechtbank gevraagd om aan de vervangende toestemming de voorwaarde te verbinden dat de moeder de vader voor vertrek de adresgegevens geeft van de accommodaties waar zij gedurende de vakantie met de kinderen zal verblijven.
Met het geven van vervangende toestemming onder de hiervoor genoemde voorwaarde, krijgen beide ouders wat zij willen. Dit vermindert het risico op strijd tussen hen en dat is in het belang van de kinderen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de moeder haar verzoek zo concreet mogelijk heeft gemaakt door de toestemming te vragen voor vakanties gedurende de schoolvakanties van de kinderen, binnen Europa, voor maximaal vier weken per vakantie. Tegen dat concrete voornemen van de moeder heeft de vader ook geen bezwaren geuit. De raad heeft ten slotte geadviseerd het verzoek van de moeder toe te wijzen.
De rechtbank gaat ervan uit dat de moeder, wanneer zij met de kinderen naar het buitenland reist, naast deze beschikking documenten bij zich heeft waaruit blijkt dat zij de vader heeft geïnformeerd over de accommodaties waar zij met de kinderen zal verblijven, zodat daar bij controles geen discussie over kan bestaan.
5De beslissing
De rechtbank
in de zaak met zaaknummer 411739 / FA RK 25-133:
wijst het verzoek af;
in de zaak met zaaknummer 411737 / FA RK 25-132:
verleent de moeder in plaats van de vader op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek vervangende toestemming voor alle vakanties van haar met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] binnen Europa gedurende de schoolvakanties van de kinderen in de vierentwintig maanden na de datum van deze beschikking, voor zover het verblijf gedurende deze vakanties korter duurt dan vier weken en onder de voorwaarde dat de moeder met de vader de adresgegevens deelt van de accommodatie(s) waar zij tijdens die vakanties met de kinderen wil verblijven;
verklaart deze beslissing, tot zover, uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af;
compenseert de proceskosten tussen partijen aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. I.S. Verstraelen, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 27 februari 2025. |
||
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS! |
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER! |
|
Conc: MKa |
||
Tegen deze beschikking kan, voor zover het een eindbeslissing betreft, -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS! |
© Copyright 2009 - 2025 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733