Rechtbank Den Haag 25-02-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:3744

Essentie (redactie)

De rechtbank wijst verzoek af van vrouw om haar echtgenoot als vermist te verklaren. Zij stelt onvoldoende om aannemelijk te achten dat het bestaan van hem onzeker is. Dat hij geen contact meer met haar heeft opgenomen, hoeft niet te betekenen dat hij niet meer leeft. Hij zich heeft namelijk aangesloten bij IS, in een gebied in oorlogsomstandigheden. Er kunnen andere redenen zijn waarom de betrokkene geen contact opneemt of kan opnemen met familieleden, zoals het nu nog geldige arrestatiebevel. OM verzocht ook afwijzing.


Datum publicatie18-03-2025
ZaaknummerC/09/657966 / FA RK 23-8909
ProcedureEerste aanleg - meervoudig
ZittingsplaatsDen Haag
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenOverig; Vermissing (art. 1:409 t/m 1:430 BW)
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Vaststelling van vermissing. De door verzoekster gestelde omstandigheden zijn ontoereikend om aannemelijk te achten dat het bestaan van betrokkene onzeker is. Dat de betrokkene geen contact meer met verzoekster heeft opgenomen, hoeft niet te betekenen dat hij niet meer leeft. Het feit dat de betrokkene zich heeft aangesloten bij IS, in een gebied in oorlogsomstandigheden, maakt het niet ondenkbaar dat er andere redenen zijn waarom de betrokkene geen contact opneemt of kan opnemen met familieleden. Gelet op het in 2016 uitgevaardigde arrestatiebevel dat in 2019 is verlengd en dat nog steeds geldig is, is het niet ondenkbaar dat de betrokkene buiten het zicht van de autoriteiten wil blijven om aanhouding en strafvervolging te voorkomen. De rechtbank ziet geen aanleiding tot het gelasten van de oproeping van de betrokkene zoals bedoeld in artikel 1:413 lid 1 BW. De rechtbank wijst het verzoek van verzoekster af.

Volledige uitspraak


Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 23-8909

Zaaknummer: C/09/657966

Datum beschikking: 25 februari 2025

Vaststelling van vermissing

Beschikking op het op 27 november 2023 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoekster] ,

verzoekster,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. J.C. Heijmann te Papendrecht,

betreffende de vermissing van:

[de betrokkene] ,

de betrokkene,

laatstelijk verblijvende te [plaats] .

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift, met bijlagen;

- de schriftelijke conclusie van de officier van justitie van 10 juni 2024;

- de reactie van verzoekster op de conclusie van de officier van justitie van 2 augustus 2024;

- de brief van verzoekster, ingekomen op 2 februari 2024, met bijlagen;

- de brief van verzoekster, ingekomen op 6 maart 2024, met bijlagen;

- de brief van verzoekster van 14 maart 2024, met bijlage.

Op 28 januari 2025 is de zaak op de zitting van de meervoudige kamer van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: verzoekster, haar advocaat en mr. M.A. De Vries namens het Openbaar Ministerie (hierna: OM).

Verzoek

Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank zal gelasten de betrokkene op te roepen teneinde van zijn in leven zijn te doen blijken, en, zo hiervan niet blijkt, de vermissing van de betrokkene zal vaststellen, een en ander voor zover de wet dit toelaat uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

De rechtbank is op grond van artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevoegd van de voorliggende verzoeken kennis te nemen en past bij gebrek aan nadere conflictregels het Nederlandse recht toe.

Vaststelling van vermissing

Juridisch kader

Artikel 1:413 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt:

Is het bestaan van een persoon onzeker en is de in het volgende lid aangegeven tijdruimte verlopen, dan kunnen belanghebbenden de rechtbank verzoeken dat zij hun zal gelasten de vermiste op te roepen ten einde van zijn in leven zijn te doen blijken, en dat zij, zo hiervan niet blijkt, de vermissing van de betrokkene zal vaststellen.

Het tweede lid onder a van dit artikel geeft aan dat de in het vorige lid bedoelde tijdruimte vijf jaren beloopt, te rekenen van het vertrek van de vermiste of de laatste tijding van zijn leven.

Standpunt van verzoekster

Verzoekster legt aan haar verzoek het volgende ten grondslag. Verzoekster en de betrokkene zijn gehuwd en hebben samen vier kinderen. De betrokkene is in 2013 uitgereisd naar Turkije van waaruit hij is doorgereisd naar Syrië. Verzoekster is met de kinderen betrokkene nagereisd. In het verzoekschrift heeft verzoekster aangegeven dat zij na het uitreizen uit Nederland met de kinderen in Turkije is gebleven. Op de zitting heeft zij verklaard dat zij in 2014 met de kinderen in Syrië verbleef. De betrokkene is door IS vastgehouden en zou in 2014 publiekelijk zijn terechtgesteld door IS. De betrokkene zou als dubbelspion hebben bewogen tussen IS en Groot-Brittannië. Verzoekster verwijst ter onderbouwing van haar stellingen naar meerdere artikelen in kranten. Een Franse journalist heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar IS en haar geheime dienst. Hierin wordt de betrokkene genoemd. Deze Franse journalist is ervan overtuigd dat de betrokkene door middel van een kogel door het hoofd is gedood en vervolgens in een put is gegooid. Deze journalist heeft dit uit meerdere bronnen vernomen, waaronder verslagen van ooggetuigen. Ook de moeder van de betrokkene heeft aan de journalist bevestigd dat hij is overleden. Verzoekster heeft zelf “via via” gehoord over de terechtstelling van de betrokkene en zijn overlijden. Verzoekster heeft betrokkene sindsdien niet meer ontmoet of iets van hem gehoord, terwijl betrokkene daarvoor steeds op en neer reisde tussen Syrië en Turkije. Op de zitting heeft verzoekster verklaard dat zij, nadat zij had gehoord dat betrokkene was overleden, moest hertrouwen en dat zij dit nooit had gedaan als zij niet was overtuigd van het overlijden van de betrokkene. Met haar huidige echtgenoot heeft zij nog vier kinderen gekregen. Op dit moment staat de betrokkene als de juridisch vader van deze kinderen geregistreerd. Hierdoor wordt haar echtgenoot en biologische vader van haar vier jongste kinderen beperkt in het vervullen van zijn vaderrol. Deze kinderen hebben niet de achternaam van hun biologische vader en het is van groot belang voor deze kinderen om de juiste geslachtsnaam te dragen, aldus verzoekster. Verzoekster ervaart daarnaast ook zelf problemen, omdat er nog sprake is van gezamenlijk ouderlijk gezag met de betrokkene over de kinderen. Verzoekster heeft daardoor bijvoorbeeld vervangende toestemming nodig om te reizen en ook haar bankrekeningen en tegoeden worden niet vrijgegeven.

Standpunt Openbaar Ministerie

Het OM stelt zich op het standpunt dat het verzoek moet worden afgewezen. Het OM geeft aan dat de betrokkene door het Landelijk Parket is aangemerkt als verdachte van het uitreizen naar strijdgebied van Syrië/Irak om deel te nemen aan de gewapende jihadstrijd voor IS/AQ, deelneming aan terroristische organisatie en voorbereiding/bevordering van terroristische misdrijven. In 2016 is door het OM een internationaal arrestatiebevel uitgevaardigd. Dit bevel is in 2019 opnieuw uitgevaardigd en is op dit moment nog geldig. Het OM wijst er verder op dat de informatie uit de artikelen waarin wordt vermeld dat er aanwijzingen zijn dat de betrokkene is overleden slechts uit één bron komt. Hiertegenover staan ook geluiden dat de betrokkene nog wel is gezien en dat hij nog in leven is. Niet valt uit te sluiten dat de betrokkene niets van zich laat horen en bewust de politie en justitie wil laten geloven dat hij niet meer in leven is, omdat er een arrestatiebevel is uitgevaardigd en hij een eventuele aanhouding en strafvervolging wil voorkomen.

De inhoudelijke beslissing

De rechtbank is van oordeel dat de door verzoekster gestelde omstandigheden ontoereikend zijn om aannemelijk te achten dat het bestaan van betrokkene onzeker is. De door verzoekster aangehaalde krantenartikelen zijn hiervoor onvoldoende. De daarin opgenomen informatie dat de betrokkene door IS zou zijn geëxecuteerd lijkt uit één bron te komen en voor de rechtbank is deze informatie niet te verifiëren. Daartegenover staat dat het OM onweersproken heeft aangehaald dat er ook informatie beschikbaar is dat de betrokkene nog wel in leven is. Dat verzoekster “via via” heeft vernomen dat de betrokkene zou zijn overleden, dat de moeder van betrokkene dit heeft verklaard tegenover een journalist en dat verzoekster niets meer van de betrokkene heeft gehoord, maakt dit oordeel niet anders. De verklaringen van verzoekster en de moeder van de betrokkene zijn immers afgeleide verklaringen van “horen zeggen” en zijn dus niet gebaseerd op eigen waarnemingen. Ook heeft verzoekster niet kunnen aanduiden van wie of uit welke hoek deze informatie afkomstig zou zijn. Dat de betrokkene geen contact meer met verzoekster heeft opgenomen, hoeft niet te betekenen dat hij niet meer leeft. Het feit dat de betrokkene zich heeft aangesloten bij IS, in een gebied in oorlogsomstandigheden, maakt het niet ondenkbaar dat er andere redenen zijn waarom de betrokkene geen contact opneemt of kan opnemen met familieleden. Gelet op het in 2016 uitgevaardigde arrestatiebevel dat in 2019 is verlengd en dat nog steeds geldig is, is het niet ondenkbaar dat de betrokkene buiten het zicht van de autoriteiten wil blijven om aanhouding en strafvervolging te voorkomen. Mogelijk heeft hij bovendien niet (meer) de beschikking over communicatiemiddelen. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding tot het gelasten van de oproeping van de betrokkene zoals bedoeld in artikel 1:413 lid 1 BW. De rechtbank wijst het verzoek van verzoekster af.

De rechtbank merkt op, zoals ook op zitting is besproken, dat verzoekster de mogelijkheid heeft om echtscheiding te verzoeken en dat zij ten aanzien van de kinderen van haar huidige partner een afstammingsprocedure kan starten.

De proceskosten

Verzoekster heeft haar verzoek “kosten rechtens” gedaan.

De rechtbank ziet geen aanleiding tot een kostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. A.C. Olland, A.M.M. Vingerling en

K.M. Crooij-Heins, rechters, bijgestaan door mr. M.T.E. Krijger-van Huut als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 februari 2025.



© Copyright 2009 - 2025 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733