Rechtbank Oost-Brabant 24-03-2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:1620

Essentie (redactie)

Verzoek vader om nihilstelling kinderalimentatie wordt afgewezen, omdat er geen relevante wijziging van omstandigheden is, ondanks de verlaging van zijn inkomen. Vader heeft niet aangetoond dat zijn inkomensverlies niet herstelbaar is en dat dit ook niet van hem kan worden verwacht. Van vader kan herstel inkomen dus worden verwacht. Vader heeft bij zijn keuze om -samen met zijn nieuwe partner- een onderneming op te richten en als zelfstandige te gaan werken onvoldoende rekening gehouden met belangen minderjarige.


Datum publicatie25-03-2025
ZaaknummerC/01/408549 FA RK 24-3870
ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenAlimentatie; Wijziging van omstandigheden; Verwijtbaar inkomensverlies; Voor herstel vatbaar inkomensverlies
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Niet gebleken van rechtens relevante omstandigheden die tot wijziging van de eerder vastgestelde kinderalimentatie dienen te leiden.

Volledige uitspraak


RECHTBANK OOST-BRABANT

Familierecht

Zaaknummer: C/01/408549 FA RK 24-3870

Kinderalimentatie

Beschikking van 24 maart 2025

in de zaak van:

[verzoeken],

wonende in [plaatsnaam],

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. J.A.N. Lap,

en

[verweerster],

wonende in [plaatsnaam],

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. L.G.P.A. van Putten-van den Heuvel.

1De procedure

1.1.

De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:

a. het verzoekschrift van de vader met bijlagen 1 tot en met 9,

binnengekomen op 1 oktober 2024;

het verweerschrift van de moeder;

het bericht van de moeder van 27 februari 2025, met bijlage 1;

het bericht van de vader van 3 maart 2025, met bijlagen 10 tot en met 12.

1.2.

Het verzoek en verweer zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling van

11 maart 2025. Hiervan zijn aantekeningen gemaakt. Tijdens deze behandeling zijn via videobellen gehoord:

  1. de vader, bijgestaan door mr. B.N. Wolters, kantoorgenoot van mr. Lap;

  2. de moeder, bijgestaan door haar advocaat.

2Waar gaat het over?

Wat staat vast?

2.1.

De vader en de moeder zijn de ouders van [minderjarige], geboren op [datum].

2.2. [

[minderjarige] staat ingeschreven op het adres van de moeder.

2.3.

Uit het huwelijk van partijen zijn verder geboren:

  • [meerderjarige 1], op [datum];

  • [meerderjarige 2], op [datum].

2.4.

In de beschikking van 4 november 2014 heeft de rechtbank, in lijn met de afspraken van de vader en de moeder zoals opgenomen in het ouderschapsplan en zoals aangehecht aan die beschikking, bepaald dat de vader een bedrag van € 189,24 per kind per maand aan kinderalimentatie aan de moeder moet betalen. Met toepassing van de wettelijke indexering bedraagt deze alimentatie € 257 per kind per maand in 2025. 1

Wat ligt voor?

2.5.

De vader wil dat dit bedrag met ingang van 5 augustus 2024 wordt gewijzigd en dat de kinderalimentatie wordt vastgesteld op nihil (€ 0 per maand), met ook de afspraak dat wat door de vader al is betaald niet door de moeder hoeft te worden terugbetaald. Volgens de vader zijn de omstandigheden gewijzigd en kan hij de bijdrage niet meer betalen.

2.6.

De moeder is het niet eens met het verzoek. Zij wil dat het verzoek wordt afgewezen. De moeder vindt dat het verlies van inkomen de vader te verwijten valt, net als ook het aangaan van het krediet.

3De beoordeling

conclusie

3.1.

De rechtbank beslist dat het verzoek van de vader dient te worden afgewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

wijziging van omstandigheden

3.2.

De rechtbank dient eerst te beoordelen of sprake is van wijziging van omstandigheden die zich na de beschikking van 4 november 2014 hebben voorgedaan en waarmee in die beschikking nog geen rekening is gehouden. Een wijziging van omstandigheden moet worden aangevoerd. De rechter hoeft dat niet zelf te onderzoeken. Die omstandigheden moeten ook voldoende gemotiveerd worden aangevoerd.

3.3.

De vader stelt dat sprake is van een wijzing van omstandigheden omdat hij getrouwd is met zijn nieuwe partner. De rechtbank is van oordeel dat deze wijziging niet relevant is voor de vraag of er reden is om de kinderalimentatie, zoals de vader wenst, op nihil te stellen. Ook de kale stelling dat de vader “de verwachting heeft” dat er wijzigingen hebben plaatsgevonden aan de zijde van de moeder voor wat betreft haar inkomen, is geen reden om tot herbeoordeling over te gaan. Voor zover de vader bedoelt te stellen dat ook sprake is van een veranderde woonlast, heeft hij die stelling onvoldoende onderbouwd. De vader heeft de rechtbank namelijk alleen geïnformeerd over de hoogte van zijn huidige woonlast, maar heeft niet inzichtelijk gemaakt met welke woonlast de ouders bij het maken van het Ouderschapsplan rekening hebben gehouden. Ook de kale stelling dat hij aflost op een krediet dat hij samen met zijn partner heeft afgesloten is onvoldoende om van een rechtens relevante wijziging uit te gaan, reeds ook omdat vaststaat dat de vader geen onderhoudsverplichting meer heeft voor [meerderjarige 2].

3.4.

Niet ter discussie staat dat sprake is van een wijziging (verlaging) van de inkomsten van de vader. De ouders verschillen van mening over de vraag of deze wijziging een relevante wijziging van omstandigheden is als bedoeld in de wet, die een hernieuwde beoordeling van de door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie betreft. 2 Anders gezegd: mag er rekening worden gehouden met dit inkomensverlies?

3.5.

De rechtbank volgt bij de beoordeling de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie. De Expertgroep adviseert in zijn rapport om geen rekening te houden met een inkomensvermindering die een onderhoudsplichtige zelf heeft veroorzaakt als hij (1) redelijkerwijs het oude inkomen weer kan verwerven en (2) dat ook van hem kan worden gevergd. 3

Is het verlies van inkomen herstelbaar?

3.6.

Het is aan de vader om feiten en omstandigheden aan te voeren op grond waarvan hij van mening is dat zijn verlies van inkomen niet herstelbaar is. De rechtbank vindt dat de vader daarin niet is geslaagd. Het feit dat de vader liever als zelfstandige werkt, is daarvoor onvoldoende. Dat sprake is van fysieke en/of overige belemmeringen om zijn inkomen weer tot het oude niveau te herstellen is niet gebleken. De rechtbank vindt daarom dat het verlies van inkomen voor herstel vatbaar is. De vader is in het verleden werkzaam geweest als vrachtwagenchauffeur en de arbeidsmarkt voor een vrachtwagenchauffeur is zonder meer goed. De rechtbank acht de vader dus in staat om zijn inkomen op het oude niveau te herstellen.


Kan herstel van het inkomen van de vader worden verwacht?

3.7.

Het is ook aan de vader om feiten en omstandigheden aan te voeren, op grond waarvan hij van mening is dat herstel van het inkomen niet van hem kan worden gevraagd. De rechtbank vindt dat de man ook daarin niet is geslaagd. De rechtbank vindt daarom dat van de vader kan worden verwacht dat hij zijn inkomen tot het niveau van zijn oude inkomen herstelt. De vader heeft zijn vaste inkomen opgegeven vanuit de wens om samen met zijn partner een onderneming op te richten en omdat hij graag als eigen baas wilde gaan werken. Het staat de vader vrij om van carrière te veranderen, maar daarbij dient hij wel rekening te houden met de onderhoudsplicht die hij voor [minderjarige] heeft. De rechtbank vindt dat de vader dat onvoldoende heeft gedaan. De vader heeft verteld dat hij het risico durfde te nemen omdat hij “zag dat het waarschijnlijk goed liep”. De vader heeft de rechtbank niet kunnen uitleggen waar hij dat vertrouwen op baseerde en nu, ongeveer vijf jaar verder, op baseert. Kinderen brengen de nodige kosten met zich en de vader kan deze kosten niet volledig afwentelen op de moeder. De keuze van de vader om zich te richten op zijn onderneming komt voor zijn rekening en risico in het licht van zijn onderhoudsverplichting richting [minderjarige].

slotsom

3.8.

Nu niet is gebleken van rechtens relevante omstandigheden die aanleiding moeten geven om de kinderalimentatie te wijzigen, zal de rechtbank het verzoek van de vader afwijzen.

4De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek van de vader af.

Dit is de beslissing van rechter mr. M.P. den Hollander, tot stand gekomen in samenwerking met mr. C.E.M. Geertsma-van Ooijen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2025 in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof in ’s-Hertogenbosch. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Bijlage(n):

Bijlage 1: indexering kinderalimentatie

1

Bijlage 1: indexering alimentatie.

3

Rapport alimentatienormen, 2025, onder 4.7



© Copyright 2009 - 2025 XS2Knowledge b.v. - KVK: 24486465 - Telefoon: 085 744 0 733