ABONNEER NU!

EN KRIJG TOEGANG TOT VAKKENNIS


Probeer de eerste maand GRATIS
Daarna slechts € 230 per jaar (excl. btw)
Huidige filter(s):

Rechtbank Noord-Nederland 19-03-2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:1043

Essentie (redactie)

Is een ondertoezichtstelling zonder dat een jeugdbeschermer beschikbaar is, een maatregel die bij wet is voorzien art. 8 lid 2 EVRM? Kan een kinderrechter een ondertoezichtstelling verlengen als er geen jeugdbeschermer beschikbaar is? Kinderrechter legt uit waarom hij vindt dat een jeugdbeschermer beschikbaar moet zijn om een ondertoezichtstelling te verlengen. Kinderrechter wijst verzoek tot verlenging af.


Datum publicatie20-03-2025
Zaaknummer242705
ProcedureBeschikking
ZittingsplaatsGroningen
RechtsgebiedenCiviel recht; Personen- en familierecht
TrefwoordenJeugdbescherming / Jeugdwet; Ondertoezichtstelling 1:254 e.v. BW
Wetsverwijzingen

Inhoudsindicatie Rechtspraak.nl

Artikel 8 lid 2 EVRM. Is een ondertoezichtstelling zonder dat een jeugdbeschermer beschikbaar is, een maatregel die bij wet is voorzien? Kan een kinderrechter een ondertoezichtstelling verlengen als er geen jeugdbeschermer beschikbaar is? Kinderrechter legt uit waarom hij vindt dat een jeugdbeschermer beschikbaar moet zijn om een ondertoezichtstelling te verlengen. Kinderrechter wijst verzoek tot verlenging af.

Volledige uitspraak


RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Groningen

Zaaknummer: C/18/242705 / JE RK 25-101

beschikking van 19 maart 2025 over de verlenging van de ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling

Stichting Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis Groningen,

gevestigd in Groningen,

hierna te noemen "de GI",

die betrekking heeft op

[de minderjarige] ,

die is geboren op [geboortedag] [geboortemaand] 2022 in [geboorteplaats] ,

en die hierna " [de minderjarige] " wordt genoemd.

De kinderrechter wijst als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

die woont in [woonplaats 1] ,

en die hierna "de moeder" wordt genoemd,

[de vader] ,

die woont in [woonplaats 2] ,

en die hierna "de vader" wordt genoemd.

Het verloop van de procedure

De procedure is ingeleid met een verzoekschrift van de GI, dat de rechtbank heeft ontvangen op 28 februari 2025. Daarin verzoekt de GI de kinderrechter om de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van één jaar.

Op 19 maart 2025 heeft de kinderrechter de zaak mondeling behandeld. De kinderrechter heeft toen gesproken met de ouders en [naam] , die de GI vertegenwoordigt.

De kinderrechter heeft direct na de mondelinge behandeling uitspraak gedaan. Hij heeft beslist dat hij de ondertoezichtstelling niet verlengt. De kinderrechter heeft aangekondigd dat hij de gronden waarop zijn uitspraak rust, zal uitwerken in deze vandaag te geven beschikking.

De feiten

De kinderrechter gaat bij de beoordeling van het verzoek uit van de volgende feiten, die blijken uit de niet weersproken inhoud van het verzoekschrift en de daarop tijdens de mondelinge behandeling gegeven toelichting.

De ouders oefenen samen het gezag uit over [de minderjarige] .

Bij beschikking van 4 april 2024 heeft de kinderrechter [de minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI tot 4 april 2025, een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een netwerkpleeggezin verleend tot 4 juli 2024 en de beslissing over de overig verzochte duur aangehouden.

Bij beschikking van 19 juni 2024 heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] beëindigd.

Tot voor kort woonde [de minderjarige] bij haar moeder en vader in [woonplaats 2] . De relatie tussen de ouders is recent (opnieuw) beëindigd.

De beoordeling

De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van één jaar. Het op die verlenging gerichte verzoekschrift is niet opgesteld door een aan het gezin gekoppelde jeugdbeschermer van de GI. Uit een daarop gegeven toelichting volgt dat al lange tijd – sinds juli 2024 – geen jeugdbeschermer aan het gezin is gekoppeld en dit ook niet binnen afzienbare tijd verwacht wordt. De kinderrechter stelt vast dat de wijze waarop de GI de ondertoezichtstelling nu uitvoert, niet op de wet kan worden gegrond en, los en onafhankelijk daarvan, de maatregel inhoudsloos en doelloos is als er geen jeugdbeschermer is gekoppeld aan het kind en zijn of haar ouders. De kinderrechter legt dat hierna uit.

De Jeugdwet (die sinds 2015 van kracht is) schrijft niet expliciet voor dat een jeugdbeschermer moet worden toegewezen aan een kind wanneer het onder toezicht is gesteld. Uit het systeem van de wet en de totstandkomingsgeschiedenis van de wet volgt echter dat die bepaling niet nodig is gelet op de wijze waarop de wetgever wil dat de maatregel wordt uitgevoerd. Een ondertoezichtstelling zonder (vaste) jeugdbeschermer is onmogelijk. Dit volgt uit de Jeugdwet die uitgaat van een jeugdbeschermer die feitelijk belast is met de wettelijke taken en verantwoordelijkheden van een ondertoezichtstelling, waaronder het opstellen van het hulpverleningsplan of plan van aanpak, waarin de zorg en begeleiding van het kind wordt vastgelegd, het wijzigen van dat plan als de omstandigheden daartoe aanleiding geven, de evaluatie van het verloop van de ondertoezichtstelling, het houden van toezicht op het onder toezicht gestelde kind en zijn of haar gezin en het beoordelen of crisismaatregelen moeten worden genomen en uiteindelijk, of de maatregel kan worden beëindigd.

De GI voert de ondertoezichtstelling uit zonder een aan het kind of zijn of haar ouders gekoppelde jeugdbeschermer. Dit leidt tot een uitvoeringspraktijk die zich niet meer richt op de uitvoering van de wettelijke taken en verantwoordelijkheden van de jeugdbeschermer. De GI streeft niet meer naar continuïteit en miskent verder dat het voor een kind belangrijk is om een vertrouwensband op te bouwen met een vaste jeugdbeschermer. Het behoeft geen toelichting dat het voor kinderen maar ook voor zijn of haar ouders van groot belang is om vertrouwd te raken met een vast persoon die hen ondersteunt.

De kinderrechter stelt vast dat het voorgaande met zich heeft gebracht dat een verzoekschrift tot verlenging is ingediend waarbij is uitgegaan van andere feiten en omstandigheden dan tijdens de mondelinge behandeling is gebleken. Daardoor is niet tijdig vastgesteld dat de ouders geen relatie meer hebben. De kinderrechter maakt zich daarover zorgen, in het bijzonder omdat de relatiebreuk in het verleden een trigger was voor de moeder om terug te vallen in middelengebruik.

Gelijktijdig stelt de kinderrechter vast dat de ouders tot zover alle hulpverlening accepteren en ook kunnen benutten, voor zover die is ingezet en de GI onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd dat dit anders is.

Het voorgaande leidt tot de volgende conclusie. De kinderrechter stelt vast dat de wijze waarop de GI uitvoering geeft aan de ondertoezichtstelling niet op de wet kan worden gegrond. Ingevolge het bepaalde in artikel 8 lid 2 EVRM behoort daarom het verzoek tot verlenging te worden afgewezen. Voor zover daarover anders kan worden geoordeeld, leidt dat niet tot een andere beslissing. Weliswaar kan worden aangenomen dat [de minderjarige] nog steeds in haar ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, maar niet blijkt dat – zoals voor een verlenging van een ondertoezichtstelling op grond van de wet wel is vereist – de ouders de zorg die noodzakelijk is om de ontwikkelingsbedreiging weg te nemen, niet of niet voldoende accepteren of kunnen benutten. De kinderrechter neemt daarom de volgende beslissing.

De beslissing

De kinderrechter:

wijst het verlengingsverzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. B.R. Tromp, kinderrechter, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2025. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld en door de rolrechter ondertekend op 20 maart 2025.

Als u het niet eens met de beslissingen die de rechter heeft genomen, kunt u in hoger beroep. Maar let op! Hoger beroep kunt u niet zelf instellen. U moet daarvoor naar een advocaat. Een advocaat kan voor u hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Belangrijk is dat u snel naar een advocaat gaat. Hoger beroep moet bijna altijd binnen drie maanden na de dag van de uitspraak worden ingesteld.

Voor de Raad of de geldt dat zij zelf hoger beroep kunnen instellen.

meer blogs >> podcasts >>

BLOGS en PODCASTS

Verjaarde vorderingen en de verdeling van de nalatenschap
Mr. Arend de Bakker, 08-10-2024
Kunnen verjaarde rechtsvorderingen in de verdeling van de nalatenschap betrokken worden? De auteur analyseert diepgaand de literatuur en de jurisprudentie hierover. Een blog, bestemd voor de superspecialist!
De geldigheid van een concept testament
Mr. Stephanie Hasselaar-Veltkamp, 02-07-2024
Onder bijzondere omstandigheden kunnen aan een concept-testament wellicht rechten worden ontleend. De auteur behandelt de recente ontwikkelingen hierover.
De stiefouder heeft het vruchtgebruik van de erfenis
Mr. Herlinde Bos, 02-07-2024
De verdeling van een erfenis tussen kinderen en stiefouders kan tot ingewikkelde situaties leiden. Wat betekent het voor een kind als de stiefouder het vruchtgebruik van de nalatenschap heeft?
De inbrengverplichting: worden andere erfgenamen gecompenseerd voor giften aan een erfgenaam?
Mr. Eline Gubbens, 18-06-2024
Regelmatig ontstaat discussie over giften die erfgenamen tijdens leven van de erflater hebben ontvangen. In deze blog wordt uitgelegd wanneer deze giften via inbreng of de legitieme portie moeten worden gecompenseerd.
De erfenis zuiver aanvaarden ... of toch maar niet?
Mr. Myrna van Wijk, 04-06-2024
In dit artikel meer over de opties van de erfgenaam: zuiver aanvaarden, beneficiair aanvaarden of verwerpen. Waar moet je aan denken? En wat zijn de mogelijkheden bij een onverwachte schuld?
Onwaardig om te erven?
Mr. Marloes Warffemius, 21-11-2023
Je kunt niet erven van degene die je om het leven hebt gebracht. Wat betekent dit voor Yvon K., die overleed voordat het tot een uitspraak kwam inzake 'de gifmoord'? De auteur bespreekt enkele relevante uitspraken.
Podcastgesprek - Wanneer is een testament nietig of vernietigbaar?
Mr. Martine Stut en Mr. Sander Baetens, 06-06-2023
Wanneer kan een testament ongedaan worden gemaakt? Hoe kom je aan informatie? Waar moet je op letten in een procedure? Erfrechtadvocaten Martine Stut en Sander Baetens gaan hier uitvoerig op in.
Podcastgesprek - Vermoeden van financieel ouderenmisbruik - wat nu?
Mr. Sander Baetens en Mr. Martine Stut, 11-04-2023
Na overlijden van een erflater rijst soms het vermoeden dat er geld is verdwenen. Wat kun je als advocaat dan ondernemen? Erfrechtadvocaten Sander Baetens en Martine Stut gaan uitvoerig in op deze vraag.
Benoeming tot executeur; wat je vooraf moet weten
Mr. Sanae Ballah, 31-01-2023
Bij testament kan een executeur benoemd worden om na overlijden de erfenis te regelen; een belangrijke taak die verschillende implicaties meebrengt. In deze blog meer over de verschillende soorten executeurs en diens taken.
Podcastgesprek: Uitspraken 2022 - dé keuze van de hoofdredactie (2)
Mr. Rob van Coolwijk en Mr. André van Oosten en Mr. Hanneke Moons, 20-12-2022
Dit is het tweede deel van het eindejaarsoverzicht: de drie hoofdredacteuren van de Kennisbank Familierecht bespreken opnieuw interessante uitspraken uit 2022.
×
Ga nu naar Overzicht wetten - Ga naar wetsartikel:

Wetten, regelgeving en verdragen

Geen wetnummer opgegeven.

Wetten en regelgeving

Verdragen en uitvoeringswetten

Beschikbare Officiële bekendmakingen in de kennisbank:

Informatie

Wanneer er op een icoon is geklikt in een Artikel, dan kan hier extra informatie komen te staan.
Lexicon
BRONNEN