‘Week-op-week-af’ regeling waarbij kinderen de ene week van maandag naar school tot maandag daarop naar school bij moeder verblijven en de week daarna van maandag naar school tot maandag daarop naar school bij vader. Als er op wisselmoment op maandag geen school is, wordt er om 9.00 uur tussen de ouders gewisseld.
Deze regeling is overzichtelijk, biedt structuur en doet recht aan ouderschap beide ouders. Daarnaast wordt met deze regeling voorkomen dat ouders contact met elkaar moeten hebben in kader overdracht.
vaststelling zorgregeling ('week-op-week-af' regeling) ten behoeve van gelijkwaardig ouderschap
Feiten
- Partijen zijn samen gehuwd geweest tot [dag] 2017.
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats] .
- De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
Verzoek en verweer
Het verzoek strekt thans – na aanvulling – tot:
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt zelfstandig:
Beoordeling
Toelating verweerschrift van de moeder.
Namens de vader is bezwaar gemaakt tegen het door de moeder op 7 februari 2025 ingediende verweerschrift met zelfstandige verzoeken, omdat het niet binnen de voorgeschreven termijn van uiterlijk drie dagen vóór de zitting is ingediend, wat strijdig is met de goede procesorde.
Zoals op de zitting is besproken wordt het verweerschrift van de moeder als processtuk toegelaten, omdat het verweerschrift zelf niet omvangrijk is en de bijbehorende producties inhoudelijk al bekend zijn bij de vader. Gebleken is dat de vader het stuk voorafgaand aan de zitting nog met zijn advocaat heeft kunnen bespreken. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het recht van de vader op hoor en wederhoor niet is geschonden.
Opmerkingen vooraf
De rechtbank stelt voorop dat de vader bij bericht van 11 februari 2025 zijn verzoek om het treffen van voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv heeft ingetrokken, zodat daarop niet meer hoeft te worden beslist.
Verder stelt de rechtbank voorop dat – hoewel uit de Basisregistratie Personen volgt dat het huwelijk tussen partijen op [dag] 2017 is ontbonden – er door partijen geen echtscheidingsbeschikking of ouderschapsplan is overgelegd. Het is dus onduidelijk welke afspraken partijen destijds bij de scheiding over de zorgregeling hebben gemaakt of wat de rechtbank toen over de zorgregeling heeft beslist.
Tussen partijen in echter niet in geschil dat de reguliere zorgregeling die momenteel - sinds november 2024 - in de praktijk wordt gehanteerd is gebaseerd op de volgende drie-wekelijkse cyclus (vanwege het toenmalige werk van de vader in ploegendienst dat inmiddels is beëindigd):
week 1: in het weekend zijn de kinderen bij vader vanaf zaterdag 10.15 uur (waarbij de vader de kinderen ophaalt bij zwemles) tot zondag 19:00 uur;
week 2: zowel doordeweeks als in het weekend bij moeder;
week 3: zowel doordeweeks als in het weekend bij vader.
Tussen partijen bestaat nog wel onenigheid over het wisselmoment. Volgens de vader is afgesproken dat de overdracht in week 3 op school plaatsvindt. Volgens de moeder zou de wissel in week 1 – sinds een incident begin december 2024 – niet langer op zondagavond zijn maar op maandagochtend (naar school).
Door beide partijen wordt in onderhavige procedure verzocht om aanpassing van bovenstaande regeling. De vader benadrukt dat hij volwaardig ouder wil zijn en hamert er op dat hij – bezien over 3 weken – een verdeling wil behouden waarbij de kinderen in totaal 9 nachten bij hem verblijven en 12 nachten bij de moeder. De vader verzoekt daarom om een reguliere regeling waarbij de kinderen ieder weekend van vrijdagmiddag na school tot maandagochtend naar school bij hem verblijven en doordeweeks altijd bij de moeder. De moeder daarentegen verzoekt om een reguliere zorgregeling waarbij de kinderen om de week vanaf vrijdagmiddag na school tot maandagochtend naar school bij de vader verblijven.
Naar de rechtbank begrijpt zijn er tussen partijen nog geen duidelijke afspraken over de verdeling van de vakanties en feestdagen. Er blijkt alleen overeenstemming te bestaan over de verdeling van de zomervakantie, in die zin dat de kinderen altijd de eerste 3 weken bij de vader verblijven en de laatste 3 weken bij de moeder.
Zorgregeling
Ontvankelijkheid: wijziging van omstandigheden?
Op grond van artikel 1:253a, eerste lid Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen, in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag, geschillen hieromtrent op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Op grond van artikel 1:253a BW in samenhang met artikel 1:377e BW kan op verzoek van de ouders of een van hen een door de ouders onderling getroffen zorgregeling worden gewijzigd op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd.
De rechtbank is gebleken dat, nadat partijen bovengenoemde zorgregeling zijn overeengekomen, de omstandigheden zijn gewijzigd. Immers, gebleken is dat de vader inmiddels niet meer in ploegendienst (loondienst) werkt, maar als zelfstandig ondernemer (personal trainer) vanuit huis, waardoor hij meer flexibiliteit heeft in het halen/brengen van de kinderen. De noodzaak voor een drie-wekelijkse cyclus is daarmee komen te vervallen. Verder is gebleken dat er diverse hulpverleningsinstanties betrokken zijn geweest, waaronder Veilig Thuis, die onderschrijven dat rechtstreeks contact tussen de beide ouders (in het kader van de overdrachtsmomenten) zoveel mogelijk moet worden voorkomen. De beide ouders zijn daarom ontvankelijk in hun verzoeken tot wijzing van de zorgregeling.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank heeft op de zitting een vergelijk over de zorgregeling tussen partijen beproefd, hetgeen helaas niet tot overeenstemming heeft geleid.
De moeder heeft op de zitting (in aanvulling op haar verzoek) een aanbod gedaan voor extra doordeweekse contactmomenten tussen de vader en de kinderen, namelijk dat de kinderen om de week van donderdag na school tot dinsdag naar school bij de vader verblijven. De vader kon hier alleen mee akkoord gaan als het aanbod van moeder betrekking heeft op de weekenden dat de kinderen niet bij de vader zijn. Volgens de vader zouden de weekenden in dat geval eerlijk verdeeld zijn over de beide ouders (de kinderen per maand 2 weekenden bij de vader en 2 weekenden bij de moeder). Volgens de rechtbank zag de vader daarbij echter over het hoofd dat met zijn ‘tegenvoorstel’ de kinderen juist ieder weekend bij hem zouden verblijven. De moeder kan daarmee niet instemmen omdat zij ook ‘quality time’ met de kinderen in het weekend wil hebben.
Omdat partijen er samen niet uitkomen zal de rechtbank een knoop doorhakken over de reguliere zorgregeling en de verdeling van de vakanties/feestdagen (met uitzondering van de zomervakantie omdat partijen daar wel overeenstemming over hebben, welke overeenstemming ook zal worden opgenomen in het dictum van deze beschikking).
1. Reguliere zorgregeling
Er was al een ruime zorgregeling op basis van ploegendienst van de vader, maar inmiddels is die regeling onrustig gebleken. Niet gebleken is echter dat partijen deze ruime regeling niet konden waarmaken. Partijen staan allebei open voor doordeweeks contact tussen de vader en de kinderen en daarnaast is gebleken dat beide ouders flexibel zijn in de verdeling van hun (werk)tijd, ook aan de kant van de vader nu hij niet meer in ploegendienst werkt. Op de zitting is verder gebleken dat de scholen van de kinderen niet dezelfde start-/eindtijden hanteren (deze verschillen een kwartier) wat het op tijd brengen/ophalen van beide kinderen voor de vader mogelijk maakt.
In het belang van de kinderen zal de rechtbank daarom een ‘week-op-week-af’ regeling vaststellen, wat erop neerkomt dat de kinderen de ene week van maandag naar school tot de maandag daarop naar school bij de ene ouder verblijven en de week daarna van maandag naar school tot maandag daarop naar school bij de andere ouder. Als er op het wisselmoment op de maandag geen school is, bijvoorbeeld in verband met een studiedag, wordt er om 9.00 uur tussen de ouders gewisseld.
Deze regeling is overzichtelijk, biedt structuur en doet recht aan het ouderschap voor beide ouders. Daarnaast wordt met deze regeling voorkomen dat de beide ouders contact met elkaar moeten hebben in het kader van de overdracht van de kinderen.
Omdat met deze regeling tegemoet wordt gekomen aan het door de vader gewenste volwaardig ouderschap vervalt voor hem de noodzaak om [minderjarige 2] op zijn adres in te schrijven.
Hierbij neemt de rechtbank ook in overweging dat door de moeder onweersproken is gesteld dat zij alle (verblijfsoverstijgende) kosten van de kinderen betaalt, zoals de kosten voor sporten/zwemles, en de vader aan haar geen kinderalimentatie voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] betaalt. Gelet daarop is het van belang dat de moeder de volledige kinderbijslag en het kindgebonden budget voor beide kinderen ontvangt, zoals nu ook het geval is. In het licht van het bovenstaande zal de rechtbank het verzoek van de vader om vervangende toestemming voor inschrijving van [minderjarige 2] op zijn adres afwijzen.
2. Verdeling vakanties/feestdagen/studiedagen/verjaardagen
Bij de vaststelling van de verdeling van vakanties en feestdagen hanteert de rechtbank de volgende uitgangspunten:
De rechtbank zal in het dictum onderstaande verdeling vastleggen:
voorjaarsvakantie: in de oneven jaren verblijven de kinderen bij de vader en in de even
jaren bij de moeder.
Voor wat betreft de voorjaarsvakantie 2025 (en de week erna)
hebben partijen op de zitting het volgende afgesproken:
de kinderen verblijven bij de vader vanaf vrijdag 21 februari 2025
uit school tot vrijdag 7 maart 2015 uit school. In het weekend van
8/9 maart 2025 verblijven de kinderen bij de moeder, evenals de
week daarop aansluitend. Omdat de voorjaarsvakantie 2025 op de beschikkingsdatum al voorbij is, zullen deze afspraken niet in het dictum van deze beschikking worden opgenomen;
meivakantie: in de oneven jaren verblijven de kinderen de eerste week bij de
moeder en de tweede week bij de vader (er van uitgaande dat deze
vakantie 2 weken duurt), waarbij de ‘wissel’ plaatsvindt op
zaterdagmiddag vóór het eten (rond 16.30 uur).
in de even jaren is de situatie andersom (eerste week bij de vader en
de tweede week bij de moeder);
Moederdag: ingeval de kinderen volgens de reguliere zorgregeling die dag bij de
vader zouden zijn, verblijven ze dat weekend vanaf zaterdag
16.30 uur bij de moeder tot maandag naar school, waarna de
reguliere regeling ‘herleeft’;
Vaderdag: ingeval de kinderen volgens de reguliere zorgregeling die dag bij de
moeder zouden zijn, verblijven ze dat weekend vanaf zaterdag
16.30 uur bij de vader tot maandag naar school, waarna de reguliere
regeling ‘herleeft’;
zomervakantie: in de eerste drie weken verblijven de kinderen altijd bij de vader en
de laatste drie weken verblijven de kinderen altijd bij de moeder;
herfstvakantie: in de oneven jaren verblijven de kinderen bij de moeder en in de
even jaren bij de vader;
kerstvakantie: in de oneven jaren verblijven de kinderen de eerste week bij de
vader en de tweede week bij de moeder, waarbij de ‘wissel’
plaatsvindt op zaterdagmiddag vóór het eten (rond 16.30 uur).
in de even jaren is de situatie andersom (eerste week bij de moeder
en de tweede week bij de vader).
Raadsonderzoek
Door de moeder is verzocht om een raadsonderzoek ten aanzien van de zorgregeling.
De rechtbank ziet daar, op dit moment, echter geen aanleiding voor, zodat het verzoek van de moeder zal worden afgewezen.
In deze beschikking wordt immers een overzichtelijke, uitgebreide zorgregeling vastgesteld die partijen zouden moeten kunnen naleven, zonder inmenging van instanties als de politie of Veilig Thuis. Het is aan de ouders om zich – in het belang van hun twee nog jonge kinderen – daarvoor in te zetten. Mochten de ouders zich echter contraproductief blijven opstellen en de strijd met elkaar blijven aangaan, dan zal de rechtbank zich in de toekomst (mogelijk) genoodzaakt zien een raadsonderzoek naar de zorgregeling te gelasten, waarvan een zogenoemd ‘beschermingsonderzoek’ deel kan uitmaken.
Beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de minderjarigen:
-
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats] .
bij de vader zullen zijn:
reguliere zorgregeling
op basis van een ‘week-op-week-af’ regeling, waarbij de kinderen de ene week van maandag naar school tot de maandag daarop naar school bij de ene ouder verblijven en de week daarna van maandag naar school tot maandag daarop naar school bij de andere ouder. Als er op maandag geen school is, wordt om 9.00 uur tussen de ouders gewisseld;
vakanties/feestdagen/studiedagen/verjaardagen
voorjaarsvakantie: in de oneven jaren verblijven de kinderen bij de vader en in de even
jaren bij de moeder;
meivakantie: in de oneven jaren verblijven de kinderen de eerste week bij de
moeder en de tweede week bij de vader (er van uitgaande dat deze
vakantie 2 weken duurt), waarbij de ‘wissel’ plaatsvindt op
zaterdagmiddag vóór het eten (rond 16.30 uur).
in de even jaren is de situatie andersom (eerste week bij de vader en
de tweede week bij de moeder);
Moederdag: ingeval de kinderen volgens de reguliere zorgregeling die dag bij de
vader zouden zijn, verblijven ze dat weekend vanaf zaterdag 16.30
uur bij de moeder tot maandag naar school, waarna de reguliere
regeling ‘herleeft’;
Vaderdag: ingeval de kinderen volgens de reguliere zorgregeling die dag bij de
moeder zouden zijn, verblijven ze dat weekend vanaf zaterdag
16.30 uur bij de vader tot maandag naar school, waarna de reguliere
regeling ‘herleeft’;
zomervakantie: de eerste drie weken verblijven de kinderen altijd bij de vader en
de laatste drie weken verblijven de kinderen altijd bij de moeder;
herfstvakantie: in de oneven jaren verblijven de kinderen bij de moeder en in de
even jaren bij de vader;
kerstvakantie: in de oneven jaren verblijven de kinderen de eerste week bij de
vader en de tweede week bij de moeder, waarbij de ‘wissel’
plaatsvindt op zaterdagmiddag vóór het eten (rond 16.30 uur).
in de even jaren is de situatie andersom (eerste week bij de moeder
en de tweede week bij de vader);
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, kinderrechter, bijgestaan door
mr. M.G.J. Konings als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2025.
|